Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kadernota 2027-2030 Voorstel gemeenteraad

4. Investeringsagenda

Deze kadernota bevat de geactualiseerde investeringsagenda voor de periode 2027–2041. Deze agenda geeft inzicht in de voorgenomen investeringen en de bijbehorende financiële effecten op de meerjarenbegroting. In 2025 is voor het eerst een uitgebreidere investeringsagenda gepresenteerd, toen nog als los document bij de kadernota. In deze kadernota is de essentie uit dit document volledig geïntegreerd als volgende stap in de verbetering van onze planning & controlcyclus.

Investeringen onderverdeeld in drie tijdvakken

In de investeringsagenda maken we onderscheid in drie tijdvakken: 2027, 2028 tot en met 2030 en 2031 tot en met 2041. De investeringen voor tijdvak 2027 komen in de begroting 2027 en worden met het vaststellen van die begroting 2027 vastgesteld door de raad. De investeringen voor 2028 tot en met 2030 komen ter informatie in de meerjarenraming bij de begroting 2027. Beide groepen investeringen zijn op deze pagina weergegeven. De investeringen voor het tijdvak 2031 tot en met 2041 vindt u in bijlage 5.4 van deze kadernota. Ze zijn ter informatie en helpen om verder vooruit te kijken dan de meerjarenraming in de begroting. Bij elke kadernota nemen we ze op in de investeringsagenda en kijken we een jaar verder vooruit.

Investeringen waarvoor de raad eerder investeringskrediet beschikbaar heeft gesteld zijn niet opgenomen in deze investeringsagenda. Over de uitvoering daarvan rapporteren we in de bestuursrapportages en de jaarstukken.

Investeringen geordend op programmaniveau en verdeeld in drie groepen

Voor de investeringsagenda in deze kadernota is gekozen voor een compacte presentatie per programma met een onderverdeling in type investeringen per programma. Daarbij maken we onderscheid in drie typen investeringen: investeringen waar dekking vanuit heffingen tegenover staat (denk aan bijvoorbeeld riool/water of afval) en investeringen waar geen dekking vanuit heffingen tegenover staat. Deze laatste groep investeringen is verder onderverdeeld in vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen (volgend uit door de raad vastgestelde ambities).

Actualisatie van bestaande investeringen, geen nieuwe investeringen

Er zijn geen nieuwe investeringen toegevoegd aan deze investeringsagenda. De investeringsagenda van vorig jaar is met de sindsdien genomen raadsbesluiten geactualiseerd. Actualisatie heeft plaatsgevonden op prijs, omvang, planning en in het verlengde de daaruit volgende ontwikkeling van kapitaallasten. Kapitaallasten zijn de rente en afschrijving die voortkomen uit investeringen en waarvoor jaarlijks in de begroting dekking moet zijn. Alle kapitaallasten uit deze investeringsagenda zijn opgenomen in de meerjarenbegroting zodat de raad goed zicht krijgt op het te verwachten begrotingssaldo.

Meer realistische planning in de tijd

Voor de actualisatie van de investeringen is per investering gekeken naar een realistische planning van zowel de uitvoering als de planning van de bijbehorende uitgaven. Onder de bestaande investeringsagenda was al een globale planning opgenomen om de financieringsbehoefte te bepalen, maar deze is nu kritisch beoordeeld en verder aangescherpt. Hierdoor zijn projecten nauwkeuriger over de jaren verdeeld en zijn de kapitaallasten en benodigde middelen beter in de tijd ingeschat.

Indexatie en actualisatie

Voor de indexering van de investeringen van prijspeil 2026 naar 2027 wordt standaard uitgegaan van de index goederen en diensten zoals opgenomen in hoofdstuk 1.1 Uitgangspunten begroting. Per project of groep projecten is beoordeeld of een specifiekere en beter passende index van toepassing is. Waar dat het geval is, bijvoorbeeld bij de GWW index voor investeringen in de Grond-, Weg- en Waterbouw, wordt deze specifieke index gehanteerd.

Daarnaast zijn de omvang en aantallen van de voorgenomen investeringen geactualiseerd wanneer daar aanleiding toe was. Zo kan het zijn dat er in een jaar bijvoorbeeld minder werkplekapparatuur (zoals laptops en telefoons) hoeft te worden vervangen. Ook binnen de onderwijshuisvesting is een actualisatie doorgevoerd: de benodigde investeringsomvang is aangepast op basis van de meest recente Ruimte OK-normen.

Financieel effect van de actualisatie van de investeringsagenda

De actualisatie van de investeringsagenda voor 2027 en verder geeft een andere ontwikkeling van de kapitaallasten weer dan nu in de begroting 2026 en meerjarenraming tot en met 2029 opgenomen. Daarnaast zijn nu de kapitaallasten voor de jaarschijf 2030 toegevoegd. Onderstaande tabel toont de kapitaallasten volgend uit de investeringen voor 2027 en verder zoals deze op dit moment in de begroting zijn opgenomen en de kapitaallasten zoals deze volgen uit de actualisatie. Aangezien investeringen die starten in 2027 pas vanaf 2028 tot kapitaallasten leiden is de jaarschijf 2027 hier niet opgenomen.

Bedragen * €1.000

Financieel effect actualisatie investeringsagenda 2028 2029 2030

Huidige kapitaallasten investeringsagenda 2027 e.v. in de begroting

1.809

3.507

5.767

Nieuwe kapitaallasten investeringsagenda 2027 na actualisatie

1.603

3.248

6.062

Kapitaallasten met specifieke dekking

35

169

10

Totaal voordeel actualisatie

241

428

-285


Door een actualisatie van de planning is de uitvoering van een aantal projecten naar een later moment verschoven dan eerder was voorzien. Hierdoor vallen niet alleen de afschrijvingslasten, maar ook de rentelasten in de komende jaren lager uit. Door de latere planning van investeringen schuiven de daaruit volgende kapitaallasten door in de tijd. Dit geeft een voordeel in 2028 en 2029.

2030 laat een nadeel zien. In deze kadernota is de nieuwe jaarschijf 2030 toegevoegd. Ten opzichte van 2029 leidt dit tot ruim € 1,0 miljoen extra kapitaallasten ten laste komen van de algemene middelen. Door de actualisatie van de investeringsagenda met een meer realistische planning schuiven kapitaallasten echter op in de tijd. Daardoor blijft het nadeel in 2030 beperkt.

Actualisatie rondom investeringen in bijvoorbeeld het riool leiden niet alleen tot lagere lasten, maar ook tot lagere baten uit de rioolheffing. Daarom voeren we voor deze groep investeringen een correctie door in bovenstaand overzicht.

Geplande investeringen voor de periode 2027 tot en met 2030

Onderstaande tabel laat een geactualiseerd overzicht zien van achtereenvolgens het totaal aan geplande investeringen voor 2027 t/m 2030 en vervolgens de investeringsbudgetten per begrotingsjaar. De tabel is gegroepeerd per programma. Daarbinnen is vervolgens onderscheid gemaakt naar investeringen voor instandhouding, investeringen waar een heffing tegenover staat (zoals riool) en investeringen volgend uit ambities. Onder de tabel volgt een toelichting. Door op de categorieën te klikken verschijnen de onderliggende investeringen.

Bedragen * €1.000

De in de investeringsagenda 2026 opgenomen investeringen zijn geïndexeerd naar prijspeil 1-1-2027. Hierdoor stijgt het totale investeringsvolume voor de periode 2027 tot en met 2030 met € 5,0 miljoen naar € 175,0 miljoen. Ongeveer € 1,7 miljoen van die stijging door indexatie heeft betrekking op investeringen in vervanging van het riool waar ook een heffing tegenover staat. Dit deel komt dus niet ten laste van de algemene middelen.

Volgend op onze versterkte grip op investeringen, liquiditeitenplanning en rente is de verwachte uitvoeringsplanning van deze investeringsbudgetten in beeld gebracht. Dit is bepalend voor de ontwikkeling van de kapitaallasten en de benodigde middelen voor rente. Alle reële rentelasten worden in de begroting 2027 en meerjarenraming opgenomen.

De geplande inzet van de investeringsuitgaven die volgen uit de hierboven in beeld gebrachte investeringskredieten loopt door tot en met 2032. Hieronder is dit overzicht opgenomen.

Volgend op de verbeterstap in treasury die vorig jaar is gerealiseerd, volgt ook dit jaar in de paragraaf financiering van de begroting 2027 een meerjarig overzicht van de rentelasten. Die paragraaf gaat niet alleen in op de onderbouwing van de omslagrente die in de begroting 2027 gehanteerd wordt voor rente, maar ook op de meerjarig verwachte rentelasten volgend op het hogere volume aan leningen tegen hogere rentetarieven. Alle daadwerkelijke verwachte rentelasten volgend op deze investeringsagenda worden in de meerjarenraming opgenomen zodat er sprake is van een reëel beeld van de verwachte lasten.

Overzicht van investeringen welke met de begroting 2027 vastgesteld worden

De investeringen voor het tijdvak 2027 worden met het vaststellen van de begroting vastgesteld ('geautoriseerd'). Daarom onderstaand een nadere specificatie van de investeringen voor 2027.

Ten aanzien van de investeringen welke deel uitmaken van het gebiedsprogramma Centrum geldt dat deze niet geautoriseerd worden met het vaststellen van de begroting. Daarvoor geldt de afspraak dat voor elke investering een apart raadsvoorstel naar de raad gaat.

Bedragen * € 1.000

Bovenstaande tabel toont alle investeringskredieten waarvoor investeringen plaatsvinden. Tractie en materieel heeft betrekking op met name de buitendienst. Tractie is bijvoorbeeld al het rijdend en rollend materieel. Afhankelijk van waar het om gaat gelden verschillende afschrijvingstermijnen. Instandhoudingsinvesteringen in de openbare ruimte en de gebouwen volgen op het door de raad vastgesteld beheerplan hiervoor, zoals ook opgenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de begroting.

Risico’s en aandachtspunten

De investeringsagenda kent enkele onzekerheden, waaronder:

• prijsontwikkelingen in de bouwsector;

• beschikbaarheid van personeel en uitvoeringscapaciteit (intern en extern);

• ontwikkeling van rentetarieven.

Deze factoren kunnen invloed hebben op de uiteindelijke kosten en planning. In de begroting 2027 volgt een actualisatie van de risico's.