Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kadernota 2027-2030 Voorstel gemeenteraad

2.1 Ontwikkeling financiële positie

In deze paragraaf schetsen we de ontwikkeling van onze structurele financiële positie. De structurele financiële positie richt zich op het structurele begrotingssaldo en vertaalt zich in een (meerjaren-)begroting. De eenmalige financiële positie wordt bepaald door de vrij besteedbare ruimte in de algemene reserve. Deze komt in paragraaf 2.2 aan bod.

Hoofdlijn ontwikkeling financiële positie

De afgelopen collegeperiode is zichtbaar geworden dat ons meerjarig financieel perspectief onder druk staat. In de begroting 2026-2029 was er in 2027 nog een overschot van € 3,6 miljoen, wat in de jaren daarna veranderde in een oplopend tekort tot 2,6 miljoen in 2029. Belangrijkste oorzaken hiervan liggen in:

• de onzekerheden m.b.t. de hoogte van de uitkeringen vanuit het rijk. Er is op dit moment nog geen helderheid gegeven of het rijk extra middelen voor de jeugd beschikbaar gaat stellen voor 2028 en verder;

• een ambitieuze investeringsagenda, wat leidt tot oplopende kapitaallasten.

Met de actualisatie vanuit deze kadernota, waarin we alleen onontkoombare en onuitstelbare items hebben opgenomen, zien we dat het aanwezige ‘overschot’ van 2027 is gedaald (van € 3,5 miljoen naar € 1,6 miljoen) en dat onze meerjaren financiële positie verder onder druk komt te staan.

Gezien bovenstaande oorzaken en de geschetste actualisatie is het goed om voorbereid te zijn op deze onzekerheid en te kijken naar mogelijkheden om bij te kunnen sturen als dat nodig mocht zijn. De afgelopen 1½ jaar hebben we:

• samen met de gemeenteraad ombuigingsmogelijkheden in beeld gebracht. Enkele voorstellen zijn direct doorgevoerd. Vanuit dit traject is een maatregelenbundel beschikbaar van mogelijke maatregelen, die gebruikt kan worden als het nodig is om bij te sturen

• een meerjarenperspectief opgesteld om het effect van onze investeringsagenda tot 2040 in beeld te brengen. Dit beeld is op 11 februari 2026 besproken in de auditcommissie en daarna aan de raad aangeboden. Bij dit meerjarenperspectief is aangegeven dat er meerdere “knoppen” zijn om de oplopende kapitaallasten te beperken. Mogelijkheden die zijn aangegeven betreffen het investeringsvolume beperken (door te schrappen, te verlagen of te temporiseren), of door toe te werken naar een (structureel) positief begrotingsresultaat.

Vanuit deze twee perspectieven zijn mogelijkheden in kaart gebracht om meerjarig keuzes te kunnen maken om ons (structurele) begrotingssaldo te verbeteren. Op dit moment is vanuit het nieuwe financiële perspectief (vanuit deze kadernota) het komende jaar nog positief en is het voor 2027 nog niet nodig om al keuzes te maken. Dit kan nog veranderen zodra de (financiële) effecten van de coalitieonderhandelingen bekend zijn.

Structurele financiële positie staat onder druk ten opzichte van de Begroting 2026-2029

De onderstaande tabel geeft inzicht in de mutaties in het meerjarenperspectief ten opzichte van de Begroting 2026-2029. Zichtbaar is dat ons meerjarenperspectief verder onder druk komt te staat. Onder de tabel lichten we achtereenvolgens elk onderdeel toe.

Het beeld kan nog veranderen
In onderstaande tabel is geen rekening gehouden met de besluitvorming vanuit de coalitieonderhandelingen waar de raad (naar verwachting) op 16 juni apart een besluit over heeft genomen. Het effect van dit besluit zal bij de begroting verder verwerkt worden.

Financiële positie

Bedragen * €1.000

Beter inzicht in het structureel begrotingssaldo

Nieuw dit jaar is dat we ook bij de kadernota inzicht geven in het structureel begrotingssaldo. Dat doen we door het bovenstaande saldo kadernota 2027-2030 te corrigeren voor incidentele baten en lasten. Op die manier geven we inzicht in hoe ons structurele begrotingssaldo zich ontwikkelt. Bij de begroting nemen we een totale tabel op met incidentele baten en lasten en lichten we toe waarom deze posten incidenteel zijn.

De commissie BBV en de provinciaal toezichthouder adviseren om een dergelijk overzicht voor uw en ons inzicht in de begroting op te nemen. Wij gaan nu een stapje verder door een eerste beeld hiervan al op te nemen in deze kadernota. Het structureel begrotingssaldo in onderstaande tabel is het saldo dat sluitend moet zijn om te voldoen aan de kaders van de Gemeentewet. Het zichtbaar maken van het structurele begrotingssaldo (door correctie van zowel incidentele lasten als incidentele baten) is essentieel om te toetsen of de structurele lasten in de begroting gedekt worden door structurele baten.

Omschrijving 2026 2027 2028 2029

Saldo kadernota 2027-2030

           1.238

      -5.874

      -7.092

    -4.747

Waarvan incidentele baten

       -5.728

      -4.085

      -2.035

       -681

Waarvan incidentele lasten

        6.066

       4.351

       2.384

     1.030

Saldo incidentele baten en lasten

        338

          266

          349

        349

Structureel saldo kadernota 2027-2030

        1.576

      -5.608

      -6.743

    -4.398

1. Aanvullende raadsbesluiten

De raad heeft op 17 februari 2026 de participatievisie gemeente Smallingerland vastgesteld. Het in de praktijk uitvoeren van de participatievisie en de verordening vraagt om extra capaciteit en middelen. De middelen voor 2027 van € 133.000 en verder zijn opgenomen in de kadernota 2027.
Op 28 oktober 2025 heeft de raad het voorstel "Differentiatie riooltarieven en invoering waterzorg tarief" en het amendement "Zorgvuldige invoering riool- en waterzorgheffing" vastgesteld. Het positieve financiële effect van € 1,3 miljoen is verwerkt in deze kadernota.

2. Bestuursrapportage I 2026

Gelijktijdig met de kadernota is ook bestuursrapportage 1 2026 opgesteld. De structurele mutaties uit de bestuursrapportage I 2026 gaan mee in de begroting voor 2027. Voor een toelichting op deze wijzigingen verwijzen we naar de bestuursrapportage.

3.Ontwikkelingen baten gemeentefonds

Onze begroting wordt jaarlijks aangepast op basis van de meicirculaire van het gemeentefonds. We werken in een cyclus van mei tot mei, waarbij tussentijds ook de september- en decembercirculaires invloed hebben. Elk jaar voegen we een nieuw financieel jaar toe aan de begroting, waarin de meest recente cijfers uit de meicirculaire zijn verwerkt.

Onderstaande tabel toont de ontwikkelingen in het gemeentefonds. Daaronder lichten we deze toe.

Nieuwe jaarschijf
Door de toevoeging van het begrotingsjaar 2030 ontvangt de gemeente € 2,9 miljoen extra uit het gemeentefonds. Dit bedrag komt voornamelijk voort uit de volumegroei zoals vastgesteld in de meicirculaire van 2026.

September- en decembercirculaire
De inkomsten uit het gemeentefonds zijn in de septembercirculaire 2025 voor de jaren 2027 tot en met 2029 naar beneden bijgesteld. Dit komt doordat zowel het prijsdeel van het accres, als gevolg van een lagere raming van de bbp-prijsontwikkeling, als het volumedeel van het accres neerwaarts zijn aangepast.

Meicirculaire
De meicirculaire is verwerkt in deze kadernota. Voor de jaren 2027 en 2028 worden extra inkomsten verwacht van respectievelijk € 7,8 miljoen en € 4,8 miljoen. In de jaren 2029 en 2030 nemen deze inkomsten af. Dit hangt samen met een korting op het gemeentefonds (per saldo € 3,6 miljoen) als gevolg van het vervallen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo per 1 januari 2029.

De belangrijkste mutaties zijn:

1. Loon- en prijsontwikkeling (accres) (+ € 4,4 miljoen in 2027, aflopend tot + € 4,1 miljoen in 2030).
De prijsindexatie is naar boven bijgesteld door een hogere prijsontwikkeling van het bbp en het verleggen van het basisjaar naar 2027, waarbij de raming voor dat jaar in lopende prijzen wordt opgesteld.

2. Verschuiving invoering eigen bijdrage Wmo (+ € 0,9 miljoen).
De invoering van de ruimere eigen bijdrage (ter vervanging van het abonnementstarief) is verschoven van 1 januari 2027 naar 2028.

3. Loon- en prijsbijstelling participatie (+ € 0,7 miljoen).
De omvang van de integratie uitkering participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon-en prijsbijstelling 2026.

4. Toevoeging middelen CDOKE (+ € 1,9 miljoen).
De middelen voor capaciteit van decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) worden na 2026 ook in 2027 aan het gemeentefonds toegevoegd.

5. Korting gemeentefonds Wmo (per saldo - € 3,6 miljoen).
Vanaf 1 januari 2029 wordt het gemeentefonds verlaagd vanwege het vervallen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo.

4. Begrotingsconsequenties gemeentefonds

De ontwikkelingen in het gemeentefonds betekenen ook dat wij een aanpassing door (moeten) voeren in onze begroting. Deze aanpassingen zijn hieronder weergegeven. Onder de tabel lichten we ze toe.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
De geplande aanpassing in de eigen bijdrage Wmo verschuift van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. De baten die we hiervoor begroot hadden moeten we voor 2027 uit onze begroting halen. Het rijk compenseert ons hiervoor via het gemeentefonds waarmee het een budgetneutraal effect is.

Huishoudelijke hulp uit de Wmo
Vanaf 2029 wordt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening geschrapt binnen de Wmo. Hierdoor heeft de gemeenten jaarlijkse minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien door middel van een vangnet regeling. Hiervoor worden middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor Smallingerland is er per saldo sprake van een vermindering van € 3,6 miljoen vanuit het gemeentefonds. We verwerken deze mutatie neutraal in de begroting door ook de lasten voor huishoudelijke hulp met hetzelfde bedrag te verlagen.

Participatie Integratie uitkering
De omvang van de integratie uitkering participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van loon- en prijsbijstellingen 2026. In de dienstverleningsovereenkomst met Caparis is afgesproken dat we effecten in de meicirculaire voor de integratie uitkering participatie verwerken in de tarieven. Aan de lastenzijde wordt de begroting hierop aangepast, aangezien dit de lasten betreft die wij aan Caparis betalen.

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
In 2026 is de Specifieke Uitkering (SPUK) CDOKE vervangen door een decentralisatie uitkering. Ook voor 2027 worden de middelen voor CDOKE beschikbaar gesteld via een decentralisatie uitkering. Hoewel de CDOKE-middelen via het gemeentefonds in principe vrij besteedbaar zijn, hebben zij betrekking op wettelijke opgaven op het gebied van klimaat en energie. Om die reden wordt voorgesteld deze middelen aan de lastenzijde voor deze taken in te zetten. Er is geen harde bestedingsverplichting in 2026 en 2027.

5. Indexatie

Conform de uitgangspunten zoals opgenomen in paragraaf 1.3 van deze kadernota is de indexatie doorgerekend om het begrotingsbeeld naar het prijspeil 2027 te brengen. Voor meer toelichting verwijzen we naar genoemde uitgangspunten.

6. Ontwikkeling verbonden partijen

Als er sprake is van een vastgestelde kadernota 2027 of begroting 2027 dan nemen we de bijstellingen ten opzichte van 2026 mee onder deze categorie. Verbonden partijen die daar niet opgenomen zijn, hebben nog geen door het algemeen bestuur vastgestelde kadernota of begroting voor 2027. In dat geval hebben we voor deze partijen onder de categorie Indexatie wel een tariefindexatie geraamd. Bij de begroting 2027 gaan we uit van de dan door het desbetreffende algemeen bestuur vastgestelde gegevens. De begroting 2027 van de FUMO is nog niet vastgesteld. Het effect op de deelnemersbijdrage is daarom niet meegenomen in de onderstaande tabel.

7. Actualisatie investeringsagenda

In hoofdstuk 4 is de actualisatie van de investeringsagenda toegelicht inclusief het financiële effect van de actualisatie. Hieronder geven wij het totale financiële effect van deze actualisatie weer. Dit betreft de bijstelling van reeds bekende investeringen.

De structurele effecten van nieuw op te nemen investeringskredieten volgend uit deze kadernota zijn opgenomen in bijlage 5.3

8. Actualisatie begrotingsprogramma's

De huidige begrotingsprogramma's zijn geactualiseerd. Door het college zijn alleen voorstellen ingediend die volgens hen niet beïnvloedbaar zijn. Onderstaande tabel laat het effect zien.

Niet beïnvloedbare ontwikkelingen.
Deze ontwikkelingen zijn onontkoombaar (het moet) en onuitstelbaar (het moet nu). Conform de uitgangspunten die we hebben zijn deze per programma en per opgave in beeld gebracht. U kunt ze vinden onder hoofdstuk 3 programma's. Daarnaast zijn deze ontwikkelingen ook samen gegroepeerd in bijlage 5.1