Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kadernota 2027-2030 Voorstel gemeenteraad

1.3 Uitgangspunten begroting 2027

In dit hoofdstuk beschrijven wij de uitgangspunten die we hanteren bij het opstellen van de begroting en passen bij een verantwoord financieel beleid.

Algemene financiële uitgangspunten

Hieronder vindt u een overzicht van de indexeringen die we hebben gebruikt bij het opstellen van deze Kadernota. Deze gegevens zijn zoals gebruikelijk gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (CEP) dat is opgesteld door het CPB in februari 2025. Voor de nieuwe investeringen hebben we standaard gebruik gemaakt van de index 'goederen en diensten gemeenten'. In specifieke gevallen is een afwijkende indexatie gebruikt, bijvoorbeeld de Grond Weg en Waterbouw (GWW-index). Dit wordt toegelicht in het onderdeel investeringsagenda.

Net als in de afgelopen jaren geldt dat we begroten op basis van constante prijzen. Dat betekent dat we het komend begrotingsjaar indexeren naar het nieuwe prijspeil (in dit geval 2027) en de jaren daarna niet aanvullend indexeren. Dit geldt zowel voor de raming van de lasten als ook de baten.

Omschrijving Stijging 2027

Salarissen gemeente

4,2%

Goederen en diensten gemeenten

1,9%

Subsidies

3,3%

Leges overige lokale heffingen

2,7%

Grondbedrijf

Separaat vastgesteld

Nieuwe investeringen

1,9%


Afvalstoffenheffing en rioolrechten

We streven naar tarieven welke 100% van de kosten dekken. Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt de stijging van de tarieven voor de Afvalstoffenheffing en Rioolrechten bepaald.

Verbonden partijen

Smallingerland is deelnemer aan een groot aantal samenwerkingsverbanden. Deelname aan deze samenwerkingsverbanden brengt kosten met zich mee, en de bijdrage wordt bepaald door de begroting van het betreffende orgaan. Als de kosten voor 2027 al bekend zijn, dan nemen we de bijstellingen ten opzichte van 2026 mee onder de categorie Ontwikkeling verbonden partijen. Verbonden partijen die daar niet opgenomen zijn, hebben die nieuwe kosten nog niet vastgesteld. In dat geval hebben we voor deze partijen onder de categorie Indexatie een tariefindexatie geraamd. Bij de begroting 2027 gaan we uit van de dan door de verbonden partij vastgestelde gegevens.

Structureel en reëel begrotingsevenwicht 2027 met uitdaging voor de toekomst

De Gemeentewet schrijft voor dat de begroting structureel en reëel sluitend moet zijn. Dit betekent dat we structurele lasten dekken met structurele baten en dat eventuele bezuinigingen hard en haalbaar zijn. Zolang we dit realiseren vallen we onder repressief toezicht (toezicht achteraf) vanuit de provincie. Deze kadernota laat, net als vorig jaar, een begrotingsevenwicht zien voor het komend begrotingsjaar, echter meerjarig is de begroting nog niet sluitend.

Het is logisch om deze lijn nu door te zetten en geen ingrijpende of gevoelige keuzes te maken aangezien gelijktijdig met het proces van het opstellen van de kadernota ook het proces van coalitieonderhandelingen loopt vanuit de gemeenteraadsverkiezingen. Zodra de ambities van de nieuwe coalitie bekend zijn, zal er een nieuw meerjarenplan worden gemaakt in het kader van coalitieakkoord op basis waarvan financiële duurzaamheid en toekomstambities hand in hand blijven gaan.

Budget onvoorzien

In de begroting is een budget van € 60.000 opgenomen voor onvoorziene lasten. Het college kan dit budget gebruiken om snel en adequaat te reageren op onvoorziene situaties.

Algemene reserve en weerstandsvermogen

De minimale omvang van de algemene reserve is gebaseerd op het berekende benodigde weerstandsvermogen. In de jaarstukken 2025 zijn de risico's geactualiseerd en ingeschat op € 13,5 miljoen. In deze kadernota gaan we uit van dat bedrag dat net als vorige jaren wordt verhoogd met een risicobuffer van € 2,5 miljoen om tot het vrij besteedbare deel van de algemene reserve te komen. Bij de begroting 2027 wordt het weerstandsvermogen opnieuw geactualiseerd.

Algemene uitkering

Bij het opstellen van de begroting voor de jaren 2027-2030 gaan we net als voorgaande jaren uit van de informatie uit de meicirculaire 2026. De septembercirculaire komt te laat om structureel te kunnen verwerken in de begroting 2027. Daarnaast vinden wij het net als de provincie belangrijk dat we consistent omgaan met de keuze voor een bepaalde circulaire.

Investeringen

De investeringsbedragen voor de investeringen die gepland zijn in 2027 en verder zijn, evenals voorgaand jaar, geactualiseerd naar het prijspeil van 2027. Daarnaast zijn op basis van voortschrijdend inzicht, een aantal investeringsbedragen verder geactualiseerd qua bedrag. Tenslotte is gekeken naar een zo realistisch mogelijke planning van het doen van uitgaven in de tijd. Hierdoor zijn verschillende investeringsprojecten meer verspreid in de tijd op basis van de nu ingeschatte realistische planning. Hiermee wordt een beter inzicht verkregen in de ontwikkeling van de benodigde cashflow en in de ingangsdatum van de kapitaallasten.

De voorgecalculeerde kapitaallasten zijn ook aangepast. De verhoging van deze kapitaallast is meegenomen onder de categorie Actualisatie investeringsagenda. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar het onderdeel investeringsagenda. Met mogelijke onderuitputting is bij de investeringen en kapitaallasten vooralsnog geen rekening gehouden.

Start kapitaallasten investeringen

De kapitaallasten worden geraamd in de jaarschijf waarin naar verwachting de afschrijvingen starten. Volgens de Financiële verordening Smallingerland wordt voor het eerst afgeschreven in het jaar na de ingebruikname. De gemeenteraad stelt vooraf de investeringskredieten vast waaruit de kapitaallasten voortkomen. Bij de begroting 2027 wordt een besluit gevraagd over de nieuwe investeringen en daarmee ook de verwerking van de kapitaalslasten in het meerjarenperspectief. In de investeringsagenda is een exact overzicht opgenomen van de investeringen waarvoor naar het huidige inzicht bij de begroting 2027 een investeringskrediet wordt aangevraagd en wat dit met ingang van wanneer betekent voor de kapitaallasten.

Areaal uitbreiding

In het kader van beter begroten is bij de kadernota 2026 besloten, dat standaard rekening wordt gehouden met extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding door het bouwen van woningen en het ontwikkelen van bedrijventerreinen. Gevolg van het bouwen van woningen en ontwikkelen van bedrijventerreinen is ook dat de beheerkosten voor de openbare ruimte stijgen. Bij het opstellen van de meerjarenraming is hier voor het toevoegen van de nieuwe jaarschijf 2030 rekening mee gehouden.

Beheerplannen voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte

De beheerplannen worden eens per raadsperiode vastgesteld en daarna geactualiseerd. In de begroting worden de lasten opgenomen volgens de vastgestelde beheerplannen. In 2022 zijn het beleid en de beheerplannen voor de kapitaalgoederen geactualiseerd voor de periode 2023-2026. De effecten hiervan zijn al vanaf de begroting 2023 opgenomen in het meerjarenperspectief. De beheerplannen voor de periode 2027-2030 zijn nog onderhanden. Met het opstellen van de investeringsagenda welke bij deze kadernota zit zijn daarom nog de (vervangings)investeringen volgend uit de beheerplannen voor de periode 2023-2026 geïndexeerd naar het prijspeil 2027.

Rente

In de begroting 2026 hebben wij het rentetarief voor externe leningen gehandhaafd op 3,25%. Door geopolitieke spanningen en hogere energieprijzen is de inflatie toegenomen, wat opwaartse druk op de rente kan geven. Tegelijkertijd is de ECB terughoudend vanwege de stagnatie van de economische groei. Gelet op deze onzekerheden passen wij het rentetarief in deze kadernota nog niet aan. Wij kiezen ervoor de ontwikkelingen de komende maanden nader te volgen en betrekken deze bij de afweging in de begroting 2027.

De externe rente blijft ongewijzigd en de omslagrente handhaven wij op 2,0%. Bij de herberekening van de kapitaallasten (actualisatie investeringsagenda) is eveneens uitgegaan van een omslagrente van 2,0%.