Zoals toegelicht in hoofdstuk 4 maakt de investeringsagenda onderscheid in drie tijdvakken: de begroting 2027, de meerjarenraming 2028 tot en met 2030 en de periode 2031 tot en met 2041. Ten opzichte van vorig jaar is nu de jaarschijf 2041 toegevoegd. Daarmee heeft en houdt de investeringsagenda elk jaar een tijdshorizon van vijftien jaar.
Onderstaand overzicht toont de investering per programma en per categorie. De eerste kolom bevat het totaalvolume aan investeringen. Daarna is dit opgesplitst per jaar. Ook deze investeringen zijn geactualiseerd in de tijd en geïndexeerd naar prijspeil 2027.
Onder de tabel met investeringen is het verwachte effect daarvan op de kapitaallasten opgenomen.
Bovenstaande tabel laat de ontwikkeling van kapitaallasten zien zoals deze volgen uit de investeringsagenda 2027 tot en met 2041. De kapitaallasten voor de periode 2027 tot en met 2030 zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De tabel laat zien dat de stijging van kapitaallasten jaar op jaar afneemt.
Het is belangrijk om te beseffen dat deze tabel alleen nieuwe kapitaallasten aangeeft. Er is geen rekening gehouden met vrijval van kapitaallasten in de begroting doordat investeringen volledig afgeschreven zijn. Dat totaalbeeld wordt altijd opgenomen voor de tijdvakken begrotingsjaar en meerjarenraming en actualiseren we elk jaar.