Inleiding meerjarenbegroting
De onderstaande meerjarenbegroting laat zien hoe de financiële positie van de gemeente zich naar verwachting ontwikkelt voor de periode 2027-2030. De ramingen zijn gebaseerd op het vastgestelde beleid, actuele economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de op het moment van opstellen beschikbare financiële uitgangspunten. De meerjarenraming vormt de financiële vertaling van de ambities en beleidsvoornemens zoals opgenomen in de programma's van deze begroting.
Toelichting belangrijkste ontwikkelingen
Op grond van het BBV worden de belangrijkste ontwikkelingen en aanmerkelijke verschillen tussen de ramingen van het begrotingsjaar 2026 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2027 nader toegelicht. Daarbij wordt ingegaan op de voornaamste ontwikkelingen in baten en lasten die van invloed zijn op het begrotingssaldo en die nog niet onder de programma's zijn toegelicht.
Project urentoerekening:
Volgend op het raadsbesluit uit 2025 over de financiële herijking starten we vanaf 2027 daadwerkelijk met het toerekening van personeel aan projecten. Basis hiervoor is de vastgestelde investeringsagenda. Er is geïnventariseerd hoeveel uren dit in 2027 betreft; dit zijn ruim 60.000 uren (financieel effect € 4,8 mio)
Gelet op het ontbreken van referentiemateriaal en ervaring van de organisatie met urenverantwoording is het 1-op-1 overnemen van de uitkomst van uren voor 2027 prematuur en wordt er voor dit jaar een afslag toegepast van 35% op de bruto uitkomsten van de uitvraag. Dit is gebaseerd op ervaringen bij andere gemeenten. Hierdoor nemen voor het toerekenen van personeel aan projecten een bedrag mee van 3,1 miljoen. Eerder gingen we in de begroting uit van een bedrag van 0,5 miljoen, waardoor we nu een netto effect in de begroting zien van € 2,6 mio. Voor de volgende planjaren wordt in 2027 op basis van de ervaringen met de tijdsverantwoording tot dan toe, opnieuw de afweging gemaakt of en zo ja welk afslagpercentage wordt gehanteerd
Afvalstoffenheffing:
De ramingen voor de afvalstoffenheffing zijn ten opzichte van de begroting 2026 geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten. Hierbij zijn de toegerekende kosten en opbrengsten herijkt. Daarnaast is rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van afvalstromen, inflatie en contractuele prijsstijgingen.
De tarieven zijn vervolgens opnieuw vastgesteld op basis van 100% kostendekkendheid. Hierdoor sluiten de geraamde baten volledig aan op de geraamde lasten en vervalt de eerder begrote onttrekking aan de voorziening afvalstoffenheffing van € 0,9 miljoen. Hiermee wordt een structureel sluitende exploitatie gerealiseerd en blijft de voorziening beschikbaar om toekomstige schommelingen in kosten en opbrengsten op te vangen. Het effect op afval voor 2027 is 0,8 miljoen positief.
Rioolheffing:
Het financieel resultaat op het taakveld riolering valt 0,9 miljoen euro gunstiger uit dan vorig jaar. Dit overschot wordt hoofdzakelijk verklaard door de toerekening van btw en overhead aan het riooltarief. Om het eerder vastgestelde riooltarief te handhaven ten opzichte van de gestegen exploitatiekosten in de huidige begroting, wordt circa 1,3 miljoen euro onttrokken aan de voorziening riolering.
Introductie Doelgroep Flexibele Regeling:
Met ingang van 2027 wordt een substantieel positief resultaat verwachting in de middelen omtrent de opvang van Oekraïense ontheemden. Dit positieve resultaat heeft de maken met de introductie van de Doelgroep Flexibele Regeling (DFR) per 1 januari 2027. Deze vervangt bestaande (en soms conflicterende) regelingen inzake de opvang van Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders en stelt gemeente in staat om één opvang- of huisvestingslocatie flexibel te kunnen inzetten voor meerdere groepen.
Hoewel er in Smallingeland tot op heden geen sprake is van het bieden van één locatie voor meerdere doelgroepen, pakt de DFR financieel voordelig uit voor Smallingerland als het gaat om de financiering voor de opvang van Oekraïense ontheemden. Tot op heden werd een lump sum vergoeding van € 44 per gerealiseerd opvangbed per dag uitgekeerd met een garantie vanuit het Rijk dat gemeentes die hiermee de daadwerkelijke kosten niet konden dragen, een aanvraag konden doen om deze vergoed te krijgen. In de nieuwe systematiek wordt een 'knip' toegepast tussen directe kosten voor de locaties en indirecte kosten. Met ingang van deze regeling worden de directe kosten van de locaties (zoals directe huisvestingslasten, beveiliging en locatiebegeleiding) vergoed op basis van werkelijk gemaakt kosten. Voor de indirecte kosten geldt een nieuw, verlaagd, normbedrag van €11 per bed per dag. Hieruit dienen bv. projectleiding, dagbesteding en gemeentelijke apparaatskosten zoals burgerzaken, financiën en administratie bekostigd te worden. Met gemiddeld 400 verwachte bedden voor het jaar 2027, komen de totale inkomsten vanuit dit normbedrag uit op zo'n €1,6 miljoen. Dit terwijl de kosten die hier tegenover staan begroot worden op zo'n €500.000 (zo'n € 400.000 voor projectleiding en medewerkers die toegewijd op dit thema werken en zo'n €100.000 aan interne doorrekening van uren voor burgerzaken en administratie). Hier ontstaat dus een verwacht positief saldo van zo'n €1,1 miljoen. Daar bovenop wordt nog zo'n €600.000 aan overhead toegerekend, waardoor een verwacht resultaat van zo'n €1,7 miljoen ontstaat over 2027.
Integraal beheer openbare ruimte (IBOR):
De verschillen ten opzichte van de begroting 2026 worden veroorzaakt door de actualisatie van de notitie kapitaalgoederen in 2026 voor de periode 2027 tot en met 2030. Daarbij zijn de meerjarige beheer-, onderhouds- en vervangingsplanningen herijkt op basis van de meest recente inzichten. De totale impact op 2027 is € 0,8 miljoen. De grootste stijgingen worden veroorzaakt door een inhaalslag in de budgetten als gevolg van verschillen tussen de werkelijke prijsontwikkelingen van leveranciers en de indexaties die in voorgaande begrotingen zijn verwerkt. Daarnaast leiden nieuwe aanbestedingen tot hogere prijsniveaus dan voorheen geraamd.
Ook zijn de investerings- en vervangingsplanningen geactualiseerd. Hierdoor verschuiven of worden nieuwe vervangingen opgenomen, afhankelijk van technische levensduur, afschrijvingstermijnen en vervangingscycli van de betreffende kapitaalgoederen. De begroting sluit daarmee aan bij de actuele marktomstandigheden en de verwachte onderhouds- en vervangingsopgave in de komende jaren.
Treasury:
De rentelasten nemen toe doordat voor nieuwe langlopende leningen wordt uitgegaan van een hoger rentepercentage dan in eerdere ramingen. In de begroting 2027 wordt gerekend met een rente van 3,75% voor nieuwe leningen, tegenover 3,25% in de vorige begroting. Deze verhoging hangt samen met de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt (effect € 0,5 miljoen in 2027 oplopend tot € 1,5 miljoen in 2023). Daarnaast neemt de financieringsbehoefte toe als gevolg van de verslechtering van het begrotingsresultaat en de inzet van reserves, waardoor aanvullende externe financiering noodzakelijk is (effect circa € 0,5 miljoen).
In 2030 nemen de rentelasten verder toe doordat op basis van de huidige investeringsplanning in dat jaar voor circa € 63 miljoen aan nieuwe leningen moet worden aangetrokken (effect circa € 1,6 miljoen).
Integraal Huisvestingsplan (IHP):
De periodieke actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) noodzaakt tot een meerjarige financiële herziening. Deze stijging van het budgettaire kader wordt hoofdzakelijk gedreven door toenemende vaste lasten, zoals hogere OZB-tarieven, stijgende verzekeringspremies en gecorrigeerde huurprijzen, gecombineerd met incidentele projectkosten voor tijdelijke onderwijshuisvesting en het versneld afboeken van de resterende boekwaardes van te vervangen locaties. Om de kwaliteit en continuïteit van de onderwijshuisvesting te borgen, worden deze structurele en incidentele effecten integraal verwerkt in de meerjarenraming. Deze actualisatie brengt voor 2027 een nadeel.
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed:
Op grond van Europese wet- en regelgeving is de gemeente verplicht om uiterlijk in 2030 haar maatschappelijke vastgoed te verduurzamen. Van de 59 gemeentelijke panden moeten nog 45 panden worden verduurzaamd. Inmiddels zijn voor 23 panden maatwerkrapporten opgesteld, waardoor een beter inzicht is ontstaan in de benodigde maatregelen, uitvoeringskosten en planning. Voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is eerder € 3,958 miljoen aan investeringskredieten beschikbaar gesteld. Op basis van de beschikbare maatwerkrapporten en de verdere uitwerking van de verduurzamingsopgave is de investeringsraming geactualiseerd.
De totale investering voor de uitvoering van de maatregelen, inclusief voorbereidingskosten, bedraagt naar huidige inzichten circa € 11,3 miljoen. Hierdoor zijn ook de geraamde kapitaallasten voor de periode 2027 tot en met 2030 bijgesteld. De hieruit voortvloeiende rente- en afschrijvingslasten lopen in deze periode op van € 44.000, tot circa € 450.000 per jaar. De verduurzamingsmaatregelen leiden naar verwachting tot een lager energieverbruik en daarmee tot lagere energiekosten. De omvang van deze besparingen wordt momenteel nader onderzocht en zal, voor zover mogelijk, in een volgende begroting worden verwerkt.
Grondexploitatie:
Bij de periodieke herziening van de financiële ramingen voor de periode 2027–2030 is de interne rekenrente aangepast op basis van van het actuele rentepercentage en verwachte boekwaarden. Voor 2027 betekent dit een nadeel van € 43.000.
Salarisbegroting:
De indexatie van de salarissen in de salarisbegroting 2027 valt circa € 350.000 lager uit dan in de kadernota geraamd. Dit komt doordat in de begroting 2026, die als basis diende voor de indexatie in de kadernota, rekening is gehouden met een cao-stijging van 2%, terwijl de daadwerkelijke cao-verhoging 1,5% bedroeg. Hierdoor valt de doorwerking van de loonontwikkeling in de begroting 2027 lager uit. De begroting 2027 is opgesteld op basis van de actuele salarisschalen per 1 januari 2027.
Kwaliteitscheck circulaires gemeentefonds:
We hebben een kwaliteitscheck uitgevoerd op de circulaires van het gemeentefond. Hieruit komt naar voren dat we in 2027 nog een voordeel hebben van ca 0,24 miljoen