Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2027-2030 Ontwerpbegroting 2027-2030

Renteontwikkeling

Renteontwikkeling

De rentetarieven die wij betalen voor onze leningen wordt in belangrijke mate beïnvloed door het rentebeleid van de ECB en de ontwikkelingen op de financiële markten. De kapitaalmarktrente staat daarnaast onder invloed van aanhoudende inflatierisico's, oplopende overheidsschulden en begrotingstekorten in diverse Europese landen en geopolitieke spanningen die leiden tot onzekerheid op de energie- en grondstoffenmarkten. Hierdoor blijft het niveau van de langetermijnrente relatief hoog. Daarnaast heeft de ECB in haar meest recente rentebesluit de beleidsrente opnieuw met 0,25 procentpunt verhoogd, wat onderstreept dat inflatierisico's nog altijd aandacht vragen.


Om aan te sluiten bij de actuele marktomstandigheden en een prudente inschatting te maken van de toekomstige financieringslasten is het rentepercentage voor nieuw aan te trekken langlopende geldleningen verhoogd van 3,25% naar 3,75%. Gezien de onzekerheid op de financiële markten en de risico's voor de inflatieontwikkeling kan niet worden uitgesloten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt de komende jaren verder stijgt.


Renteschema 2027-2030

Het onderstaand renteschema geeft inzicht in de ontwikkeling van de rentelasten van de externe leningen. Ook wordt weergegeven hoeveel rentelasten worden toegerekend aan de taakvelden. De toerekening aan de taakvelden vindt plaats op basis van de boekwaarde van de investeringen door middel van renteomslag. De rente wordt hiermee toegerekend aan de taakvelden die daadwerkelijk bijdragen aan de financieringsbehoefte.

Bedragen * €1.000

Ontwikkeling renteomslag

Begroting 2027

Voor de begroting 2027 wordt een rentepercentage van 2,25% gehanteerd voor de toerekening van rentelasten aan de taakvelden. De daadwerkelijk berekende rente bedraagt 2,21%. Doordat het gehanteerde percentage iets hoger ligt dan de werkelijke rente, ontstaat een beperkt positief renteresultaat. Hiermee zijn de werkelijke rentekosten volledig gedekt. Het verschil tussen het gehanteerde percentage en de werkelijke rente bedraagt 0,04 procentpunt. Relatief gezien is dit een afwijking van 1,79%, waarmee ruim wordt voldaan aan de in het BBV toegestane afwijking van maximaal 25%.


Meerjarenraming

Voor de toerekening van rente aan investeringen wordt in de meerjarenraming 2028-2030 hetzelfde rentepercentage gehanteerd als in de begroting 2027, namelijk 2,25%. Hierdoor wordt binnen de begroting en meerjarenraming op een consistente manier met rentekosten gerekend.


Uit de berekeningen blijkt dat het verschil tussen het gehanteerde rentepercentage en de werkelijke rente tot en met 2030 binnen de door het BBV toegestane marge blijft. Aanpassing van het rentepercentage is daarom op dit moment niet noodzakelijk. Wel neemt het verschil in de latere jaren toe. Bij toekomstige actualisaties wordt daarom beoordeeld of aanpassing van het rentepercentage wenselijk is om aan te blijven sluiten bij de werkelijke rentekosten.


Hiermee is zowel de rente die wordt toegerekend aan investeringen als de daadwerkelijk te betalen rente op leningen volledig verwerkt in de meerjarenraming.


Renterisico

Voor de beheersing van de renterisico's gelden twee concrete richtlijnen, namelijk de renterisiconorm en de kasgeldlimiet.


Renterisiconorm

In de Wet Financiering Decentrale Overheden staat vermeld dat gemeenten zich moeten houden aan de renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is om ervoor te zorgen dat het renterisico bij herfinanciering beheerst wordt. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Wij voldoen de komende jaren ruim aan deze norm.

Renterisiconorm

Bedragen * €1.000.000

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat een gemeente mag financieren met kort geld. Deze limiet bedraagt voor alle gemeenten 8,5% van het begrotingstotaal. Tot dit bedrag kunnen we 'rood' staan bij de Bank Nederlandse Gemeenten of kortlopende kasgeldleningen aantrekken.


Komen we hierboven, dan kunnen we maximaal 3 aaneengesloten kwartalen het meerdere financieren door kasgeldleningen (looptijd< 1 jaar). Na deze periode moet de korte financiering worden omgezet in een financiering met een looptijd van meer dan een jaar.

Kasgeldlimiet

Bedragen * €1.000.000

Schatkistbankieren

Het kabinet verplicht de gemeenten hun kasoverschotten, boven een drempelbedrag, onder te brengen bij de rijksoverheid. Door consolidatie van de onderlinge schuldverhoudingen tussen de rijks- en decentrale overheden zou de EMU-schuld van de collectieve sector dalen. Gemeenten mogen hun overtollige financiën tot een bepaald bedrag buiten de schatkist van het Rijk aanhouden. In 2021 heeft het rijk de drempelbedragen aangepast om de administratieve lasten voor de decentrale overheden bij het schatkistbankieren te beperken. Voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Voor onze gemeente is de drempel € 5,9 miljoen in 2027. Wij verwachten de komende jaren geen (structurele) kasoverschotten.