Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Voorstel gemeenteraad

Overig

Gewaarborgde geldleningen

De gemeente staat borg voor diverse leningen. Voor een overzicht van de gewaarborgde geldleningen wordt verwezen naar de toelichting op de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De qua omvang grootste gewaarborgde leningen betreffen de leningen voor woningbouwcorporaties waarvoor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat. Het risicoprofiel van deze leningen is daarom laag te noemen.

Het WSW geeft garanties aan financiers van woningcorporaties voor sociale woningbouwprojecten en leningen voor maatschappelijk vastgoed. Zo kunnen corporaties geld lenen tegen gunstige voorwaarden.

Om dergelijke garanties te kunnen geven, is een gelaagde zekerheidsstructuur opgebouwd waarin ook gemeenten een aandeel hebben. Wanneer een corporatie schade oploopt en dit niet zelf kan opvangen geldt de reserve van de WSW als zekerheid, aangevuld met de op te vragen borg van de deelnemende corporaties. Daarna worden het rijk (50%) en de gemeenten (50%) aangesproken, waarbij het zwaartepunt bij de gemeenten ligt waarbinnen de in problemen geraakte corporaties opereren. De bijdrage van gemeenten bestaan dan uit renteloze leningen aan het WSW.

Wij staan als aandeelhouder van HVC mede garant voor de aangegane geldleningen van HVC. De garantstelling heeft alleen betrekking op de leningen die zijn aangegaan voor de verwerking van afval.

Wet houdbare overheidsfinanciën en EMU-saldo

De Europese Unie stelt grenzen aan hoeveel begrotingstekort landen mogen hebben: maximaal 3% van het BBP. Nederland verdeelt deze ruimte tussen het Rijk en de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen).

Voor de jaren 2024–2026 mogen alle decentrale overheden samen een tekort hebben van -0,5% van het BBP.

Om gemeenten duidelijkheid te geven stelt het Ministerie van BZK voor elke gemeente een EMU-referentiewaarde vast. Dat is het maximale tekort dat een gemeente in een jaar mag hebben volgens de Wet houdbare overheidsfinanciën.

Voor 2025 kreeg Smallingerland een toegestane EMU-ruimte van € 13,23 miljoen. De werkelijke uitkomst over 2025 is een EMU-saldo van € 11,94 miljoen. Smallingerland blijft daarmee binnen de toegestane norm. De gemeente heeft ongeveer € 1,29 miljoen minder tekort dan maximaal was toegestaan. Het tekort ontstaat vooral door investeringen.

*Er is een verschil in investeringen tussen het EMU-overzicht en het kasstroomoverzicht. In de berekening van het EMU-saldo telt de volledige investering mee. In het kasstroomoverzicht is een deel van de investering gecompenseerd door (eerder) ontvangen bijdragen van derden.

De individuele EMU‑referentiewaarde is geen harde norm, maar een indicatie van het aandeel dat een gemeente heeft in het gezamenlijke tekort van decentrale overheden. Het betreft een inspanningsverplichting: gemeenten worden geacht binnen hun aandeel te blijven, maar er staan geen sancties op het overschrijden van de referentiewaarde.